Toets "Enter" om naar de inhoud te gaan

No dig: tuinieren zonder spitten

Charles Dowding is een voortrekker van een heel andere manier van tuinieren: no dig. Dit betekent tuinieren zonder de bodem om te spitten. Dat klinkt heel aantrekkelijk, maar misschien ook wel ongeloofwaardig.

Waarom zou je je tuin niet omspitten?
Niet spitten bespaart je tijd, levert een grotere oogst op, is beter vanuit ecologisch standpunt en houdt koolstof vast in de grond. Dit komt doordat je met niet spitten het bodemleven bevordert, wat ertoe leidt dat de bodem een luchtigere structuur krijgt. Spitten daarentegen maakt de grond droger, tast de bodemstructuur aan, beschadigt het bodemleven zoals wormen en schimmels en laat onkruid sneller opkomen. Als je consequent niet de bodem omspit, wordt de toplaag van de bodem donkerder en kruimelig en toch goed samenhangend. Dieper in de bodem kunnen goede schimmels en bacteriën zich beter ontwikkelen. Die helpen plantwortels het voedsel en vocht te vinden dat ze nodig hebben.

Charles Dowding tuiniert deels met spitten en deels zonder spitten om de uitwerking van beide methodes te kunnen vergelijken. Op basis daarvan stelt hij dat niet spitten de gewassen minder vatbaar maakt voor ziekten en hem grotere oogsten oplevert.

Hoe begin je met de methode van niet spitten?

  1. Er zijn enkele planten die je toch eerst met een spade zult moeten verwijderen om uiteindelijk niet meer te hoeven spitten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan verwilderde bramen en onkruiden in de vorm van vaste plante, zoals zuring. Van de verwilderde braam verwijder je met een scherpe spade de hoofdkluit; dunne wortels mogen blijven zitten want die sterven vanzelf af. Bij vaste onkruidplanten verwijder je de bovenste 15 centimeter van de wortels; wat dieper zit, sterft dan vanzelf af.
  2. Zit er veel weegbree of weegbree-achtige planten, kweekgras of winde in de grond? Daar kun je – als je niet wilt spitten – alleen vanaf komen door de grond te bedekken met folie of karton, zodat het onkruid geen licht meer krijgt en afsterft.
  3. Breng een laag mulch aan op de plaats waar je je bedden wilt hebben. Deze mulchlaag berooft het overige onkruid van licht, waardoor het afsterft. Tegelijkertijd geeft de mulch veel voeding af aan de bodem, wat goed is voor onder andere wormen. Zorg ervoor dat de mulch geen harde brokken bevat, maar goed fijngemaakt is. Ga je tuinieren in een omgeving waar veel slakken voorkomen? Gebruik dan goed verteerde compost als mulchlaag.
    1. Heb je genoeg mulch om een laag van 15 centimeter dik aan te brengen, dan kun je meteen al gaan zaaien. Leg over de paden tussen de bedden karton om te voorkomen dat daar onkruid opkomt.
    2. Kun je geen dikkere laag mulch dan van een paar centimeter aanbrengen, dek de mulchlaag dan af met folie of karton (karton vergaat vanzelf). Na 2 tot 3 maanden zijn eenjarige onkruiden dood; meerjarige onkruiden kunnen er tot een jaar over doen voor ze helemaal afgestorven zijn. Je kunt zien of onkruid dood is, door de folie of het karton op te tillen. Zie je nog witte wortels? Dan leeft het onkruid nog. Zijn er nog maar een paar witte wortels over, dan kun je die met een handschepje verwijderen.

Hoe ga je verder met de methode van niet spitten?

  1. Zaai gewassen naar keuze in.
  2. Breng jaarlijks een laag van 2,5 tot 5 centimeter compost aan. De herfst is hiervoor een goed moment omdat de bodem dan nog warm is en wormen er goed bij kunnen. In het voorjaar kun je ook compost aanbrengen op bedden die leeg zijn gekomen na de winteroogst. Let op! Houd er rekenining mee dat paardenmest niet geschikt is als compost als er veel houtsnippers in zitten. Paardenmest kan ook bepaalde zure onkruidbestrijdingsmiddelen bevatten die gebruikt worden om gras mee te bespuiten dat voor hooi gebruikt gaat worden. Deze middelen zijn slecht voor de moestuin.
  3. Verwijder regelmatig met de hand net opgekomen onkruid.

Over toepassing van deze methode bij volkstuinen kun je meer lezen op de site van Charles Dowding (tekst is in het Engels).