Toets "Enter" om naar de inhoud te gaan

Grond bewerken

Bewerken van de grond

Het volkstuincomplex is gelegen op zandgrond. Tussen de grote korrels zitten grote poriën waarin het water snel wegzakt. Hoe kun je die het beste bewerken om gezonde gewassen te kweken? Dit doe je door de grond te verrijken, door de grond om te spitten en vrij van onkruid te houden.

Verrijken van zandgrond
Zandgrond kan verbeterd worden door :

  • het toevoegen van klei in de vorm van kleimineralen en organische stof. Humus is zo’n organische stof. Dit is wat er na vertering overblijft van planten en dieren. Het bevat voedingsstoffen die worden gebruikt door de gewassen op de zandgrond en raakt dus uitgeput. Daarom moet de humuslaag regelmatig worden aangevuld.
  • het aanbrengen van een mulchlaag (bijvoorbeeld blad, tuinturf, afgemaaid gras, houtsnippers, boomschors, compost of zaagsel van ongeverfd – niet tropisch – hardhout). Deze laag is maximaal 5 cm dik en kan het beste worden aangebracht vanaf half mei.

Bewerkingsmethoden
Spitten of fresen (een machinale bewerking) is meestal nodig om de grond gebruiksklaar te maken; onderhoud gebeurt met de cultivator, schoffel, hak en hark.
Voor een alternatief voor spitten of fresen: zie no dig.

  • Spitten met de spade
    Een gebruikelijke methode is de grond anderhalve spade diep om te spitten. Je werkt hierbij als het ware van de achterkant van het perceel naar voren.Graaf een geul van anderhalve spade diep. Het uitgegraven zand sla je op in een kruiwagen.

    • Spit direct vóór de geul een rij onkruid af van een halve spade diep. Gooi dit in de eerste geul.
    • Graaf de tweede geul nog eens één spade diep uit en gooi het uitgegraven zand in de eerst geul. De eerst geul bevat nu dus het afgegraven onkruid met daarbovenop één spade zand.
    • Herhaal deze stappen totdat je het hele perceel hebt omgespit.
    • Vul de laatste geul met het zand uit de kruiwagen.
  • Spitten met de spitvork
    Met name op percelen die langere tijd braak hebben gelegen, komt veel kweekgras voor. Dit is een zeer hardnekkig gewas dat je alleen kwijt kunt raken door het met wortel en tak uit te roeien. Je kunt hiervoor bestrijdingsmiddelen gebruiken, maar met de spitvork kom je ook een heel eind.

    • Steek de spitvork schuin onder het gras in de grond, til de kluiten op en schud ze uit. De wortels komen nu bloot te liggen zodat je ze kunt oppakken.
    • In warme, droge periodes kun je ze laten liggen omdat ze dan vanzelf uitdrogen, op andere dagen moet je ze weggooien.
    • Zit een wortel nog vast, steek de kluit dan opnieuw los. Trek je aan een wortel die nog vastzit, dan breekt die af en groeit het gras gewoon verder.
  • Spitten met de grelinette
    Met de grelinette kun je ook de grond losmaken om onkruid te verwijderen. Maar dat doe je zonder geulen te graven. Daardoor raakt het bodemleven veel minder verstoord. Doordat je geen geulen graaft, maar met de tanden van de grelinette tegelijkertijd de bodem losmaakt en onkruid opwipt, is deze manier van spitten stukken sneller en tegelijkertijd minder vermoeiend. Bekijk het filmpje om te zien hoe de grelinette werkt.
  • Onderhoud met cultivator, schoffel, hak en hark
    Deze gereedschappen gebruik je nadat de bodem is omgespit, meestal als er al gewassen in de grond staan.

    • cultivator
      Hiermee maak je de bodem los en kun je bijvoorbeeld compost luchtig door de bovenlaag werken.
    • schoffel en hak
      Deze gebruik je om onkruid te verwijderen. Let op dat je wortelonkruiden en vers groen afval niet onderschoffelt! Vers materiaal trekt bodeminsecten aan die slecht zijn voor je gewassen. Het groen kan op de composthoop.
    • hooihark (rijf)
      Als je een leeg bed aanharkt, doet dat dan bij voorkeur met een hooihark. Daarvan staan de tanden ver uit elkaar. Daardoor wordt de grond grof geharkt. In grof geharkte grond komt onkruid minder snel op dan in fijn geharkte grond.