Toets "Enter" om naar de inhoud te gaan

Gereedschappen en accessoires

Bescherm jezelf

  • Klompen draag je omdat ze een beschermende werking hebben, bijvoorbeeld als je een keer uitschiet met je spade. Bovendien kun je de grond er heel goed mee aantrappen als je bijvoorbeeld paden wilt maken tussen zaaibedden in. Wie zichzelf niet met klompen ziet lopen, kan natuurlijk ook rubber tuinlaarzen nemen.
  • Handschoenen gebruik je om je handen schoon te houden en omdat ze helpen blaren en wondjes te voorkomen. Ze zijn ook handig voor wie huidcontact met regenwormen en andere insecten niet op prijs stelt.

Bodem voorbereiden

  • De spade gebruik je om de grond om te spitten. Let erop dat de steel goed vastzit aan het blad. Maak na het gebruik het blad goed schoon zodat de spade droog de kist ingaat. Zo voorkom je roest. Met een wetsteen kun je je spade scherp houden.
  • De grelinette gebruik je om de grond om te spitten. Het voordeel van werken met de grelinette ten opzichte van de spade is dat het bodemleven minder verstoord raakt. Bovendien kun je met een grelinette veel sneller werken.
  • De spitvork gebruik je met name om kweekgras uit je tuin te verwijderen. Dat werkt beter dan met een spade. Met een spade steek je de wortels af. Stukjes die blijven zitten, groeien snel weer uit tot nieuw kweekgras. Met de spitvork kun je het gras losmaken zonder de wortels te beschadigen.
  • De cultivator gebruik je om de omgespitte brokken grond los te maken en zo de tuin te egaliseren.
  • De hooihark (rijf)  gebruik je om de geëgaliseerde grond te harken; doordat de tanden ver uit elkaar staan, wordt de grond grof geharkt. Daardoor komt onkruid minder snel op. Let op: er zijn ook hooiharken te koop waarbij je de hoek van de hark ten opzichte van de steel kunt verstellen. Dat kan extra prettig zijn.
  • Zwarte folie gebruik je om voorbereide bedden af te dekken die je nog niet meteen in gebruik neemt. De voordelen hiervan zijn dat onkruid minder snel opkomt en dat de bodem alvast opgewarmd wordt, waardoor je eerder kunt beginnen met zaaien.

Grond tussen de gewasen schoonhouden

  • De schoffel gebruik je om door de grond te woelen en zo onkruiden los te maken die oppervlakkig wortelen. Met de schoffel werk je van je af (duwen).
  • De hak gebruik je om oppervlakkig wortelende onkruiden los te maken. Met de hak, die scherper is dan een schoffel, werk je naar je toe (trekken).
  • De hark gebruik je om de losgewoelde onkruiden op een hoop te trekken, zodat je ze gemakkelijk kunt afvoeren. Bovendien ziet een aangeharkt bed er verzorgd uit.
  • De penwortelsteker gebruik je om onkruiden die één lange, dikke wortel hebben, te verwijderen. Als je niet de hele pen verwijdert, groeit het onkruid gewoon weer terug. De paardenbloem is hiervan een voorbeeld.

Snoeien

  • De snoeischaar gebruik je om snijbloemen af te knippen. Daarmee knijp je echter de stelen soms dicht; het is daarom belangrijk de stelen thuis schuin af te snijden zodat de bloemen voldoende water kunnen opnemen. Verder is een snoeischaar ook handig om struiken in toom te houden, zoals bessenstruiken. Controleer aan het eind van het tuinseizoen of de schaar nog scherp is; laat hem anders slijpen.
  • De takkenschaar gebruik je om takken te snoeien die te dik zijn voor de snoeischaar en takken die te hoog zitten om met een snoeischaar te kunnen bereiken.
  • De takkenzaag gebruik je voor zeer dikke takken. Ook handig wanneer je een struik wil weghebben die zo diep geworteld is dat je hem niet meer kunt opspitten/uitgraven. Leg de stam dan zo diep mogelijk bloot en zaag hem af. Bedek de stronk met aarde.

Planten

  • De bollenplanter gebruik je om bloembollen op de juiste diepte te planten; er staat een maatverdeling op de buitenkant van de planter. Ook handig om plantjes uit te planten die je thuis of in de kas hebt opgekweekt.

Bewateren

  • De gieter gebruik je om nieuw ingezaaide bedden vochtig te houden en om gewassen te begieten. Meestal wordt hij geleverd met een broes (sproeidop). Dat heeft als voordeel dat het water meer verspreid wordt en je geen waterpoelen krijgt. Toch is het niet altijd verstandig de broes te gebruiken. Als er water op de plant blijft staan en de zon gaat schijnen, loop je het risico dat de bladeren en/of de vruchten verbranden. Voor het begieten van zaaibedden is een broes heel handig, maar bij het watergeven van planten kun je de broes soms beter eraf laten.

Sproeien

  • De hogedrukspuit gebruik je om bijvoorbeeld voor (milieuvriendelijke) bestrijdingsmiddelen. Let op! De hogedrukspuit is niet geschikt voor schoonmaakazijn. Het zuur in de azijn tast een afsluitring aan waardoor de spuit niet meer werkt.

Gewasbescherming

  • Netten en gaas gebruik je om te voorkomen dat dieren je plantjes opeten. Er zijn verschillende soorten netten en gaas, o.a. tegen insecten en vgels. Let op bij netten tegen vogels: de mazen moeten heel klein zijn om te voorkomen dat een vogel erin verstrikt raakt en een gruwelijke dood sterft.
  • Vlies gebruik je om bloesems te beschermen tegen nachtvorst.