Toets "Enter" om naar de inhoud te gaan

Ecologisch moestuinieren

Bij ecologisch tuinieren gaat het erom met de natuur samen te werken voor een optimaal resultaat, in plaats van de natuur je wil op te leggen. Dat betekent bijvoorbeeld dat je bij de keuze van gewassen rekening houdt met met wat van nature ter plaatse goed gedijt. Gewassen die zich alleen kunnen handhaven door chemische bestrijding van ziekten en plagen en door kunstmest, kies je dan dus niet. Op verpakkingen van zaad staat vermeld wat de optimale omstandigheden zijn voor het betreffende gewas.

De belangrijkste kenmerken van ecologisch moestuinieren zijn:

  • Je spit de grond maximaal één keer om (als je op een lap grond gaat werken waar erg veel hardnekkig onkruid staat). Daarna niet meer spitten draagt in belangrijke mate bij aan de doorlaatbaarheid van de bodem; met andere woorden: de bodem kan veel beter water en voedsel opnemen.
    > Bekijk de video (Engelstalig) om het verschil te zien in doorlaatbaarheid van grond die regelmatig omgespit is en in geen 40 jaar omgespit.
  • Je zorgt voor zo min mogelijk verharding, zodat regenwater weg kan lopen om verrotting van wortels en planten te voorkomen.
  • Je gebruikt zaadvaste, niet-hybride rassen; dit zijn over het algemeen rassen die niet uit kruising van verschillende gewassen ontstaan zijn. Het voordeel is dat je steeds weer zaden van je eigen productie kunt gebruiken voor het volgende tuinseizoen.
  • Je kiest voor een zo groot mogelijke variatie aan gewassen (biodiversiteit).
  • Je past wisselteelt toe.
  • Je bedekt de bodem zoveel mogelijk (vooral door slimme combinaties van gewassen) zodat er zo min mogelijk kale grond is waaruit onkruid kan opschieten.
  • Als er toch onkruid opkomt, verwijder je dat met de hand of met een grelinette om de bodem zo min mogelijk te verstoren.
  • Je gebruikt compost om de bodem te bemesten en geen kunstmest.
  • Je bent gericht op het voorkomen van ziekten en plagen door het kiezen van bij de omstandigheden passende gewassen, zodat je niet aan symptoombestrijding hoeft te doen.
  • Als er toch plagen zijn, zoals luis, zet je natuurlijke bestrijdingsmiddelen in. Denk hierbij aan aaltjes en lieveheersbeestjes.